Kader 1 – 5.4 HET ZENUWSTELSEL — Transcript

Full Transcript — Download SRT & Markdown

00:02
Speaker A
Welkom bij een nieuw filmpje over thema 5 waarnemen en gedrag.
00:08
Speaker A
Dit filmpje is gemaakt voor de leerlingen van kader 1.
00:12
Speaker A
En gaat over basisstof 4 het zenuwstelsel.
00:20
Speaker A
De doelen van deze basisstof zijn dat je weet waar het zenuwstelsel uit bestaat.
00:29
Speaker A
En je weet hoe het zenuwstelsel werkt.
00:32
Speaker A
Nou, eerst eens even kijken naar het zenuwstelsel.
00:36
Speaker A
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen: het centrale zenuwstelsel en alle zenuwen.
00:42
Speaker A
Het centrale zenuwstelsel, dat zijn de hersenen en het ruggenmerg.
00:47
Speaker A
En het ruggenmerg loopt door de wervelkolom heen.
00:51
Speaker A
De wervelkolom is de ruggengraat.
00:53
Speaker A
Hier zien we nog een in het midden een plaatje van drie wervels van de wervelkolom.
01:00
Speaker A
In het midden loopt het ruggenmerg en dat is eigenlijk een bundel aan allemaal zenuwen bij elkaar.
01:06
Speaker A
En daaraan vast zitten zenuwen.
01:10
Speaker A
Zenuwen die zijn hier getekend als blauwe draadjes.
01:13
Speaker A
En het zijn ook eigenlijk draadjes die door je hele lichaam lopen.
01:20
Speaker A
En ze komen allemaal uit in het ruggenmerg en het ruggenmerg gaat dus vervolgens door naar de hersenen.
01:27
Speaker A
Nou, het zenuwstelsel heeft twee functies.
01:32
Speaker A
Namelijk het verwerken van impulsen en de regeling van de werking van spieren en klieren.
01:42
Speaker A
Nou, hoe werkt dat nou?
01:47
Speaker A
Ehm, je ziet hier een meisje en dat meisje daar zie je een aantal organen in getekend.
01:53
Speaker A
Je ziet de hersenen getekend, bij de mond zijn wat organen getekend.
02:00
Speaker A
Je ziet hier bij de arm haar opperarmbeen en haar spaakbeen en ellepijp zijn getekend.
02:08
Speaker A
En haar armbuigspier is getekend.
02:12
Speaker A
En je ziet een schaal met chocolaatjes staan.
02:15
Speaker A
Nou, dat meisje ziet de schaal met chocolaatjes ook staan.
02:20
Speaker A
Ehm, er komt een prikkel vanaf die chocolaatjes komt haar zintuigen binnen.
02:26
Speaker A
Dat kan haar neus binnenkomen, ze kan het ruiken.
02:29
Speaker A
Het kan ook haar ogen binnenkomen, ze kan die chocolaatjes zien.
02:33
Speaker A
In die zintuigen wordt die prikkel omgezet in een impuls.
02:39
Speaker A
Dus die prikkel, bijvoorbeeld de geur van de chocolaatjes, wordt in haar neus omgezet in een impuls en komt terecht in de hersenen.
02:47
Speaker A
In de hersenen wordt je je bewust van de impulsen die er binnenkomen.
02:52
Speaker A
Dus in de hersenen wordt het meisje zich bewust van de geur van de chocola.
02:57
Speaker A
Dan gebeuren er twee dingen.
03:00
Speaker A
Die hersenen die gaan twee dingen aansturen.
03:02
Speaker A
De hersenen gaan de speekselklieren aansturen, dat zijn de klieren in je mond die maken speeksel.
03:10
Speaker A
Op het moment dat je iets iets van eten ziet of ruikt, dan wordt er in jouw mond speeksel aangemaakt.
03:16
Speaker A
Zodat je kan gaan eten.
03:19
Speaker A
Nou, dat sturen die hersenen aan.
03:23
Speaker A
En de hersenen sturen ook je spieren aan.
03:26
Speaker A
Dus vanuit die hersenen gaat via het ruggenmerg een seintje naar de spieren toe.
03:36
Speaker A
Dus vanuit de hersenen naar het ruggenmerg, dan op een gegeven moment door naar de zenuwen.
03:44
Speaker A
En vanuit de zenuwen komt het terecht in de spieren.
03:48
Speaker A
Die spieren die gaan bewegen, die gaan aanspannen en daardoor beweegt haar arm en gaat zij een chocolaatje pakken.
03:57
Speaker A
Dus, een prikkel komt binnen in een zintuig.
04:00
Speaker A
Vanaf het zintuig wordt die prikkel omgezet in een impuls.
04:06
Speaker A
Die gaat naar de hersenen.
04:08
Speaker A
In de hersenen wordt die wordt dat impuls wordt verwerkt.
04:13
Speaker A
Er gebeurt iets mee.
04:15
Speaker A
En die hersenen sturen een seintje naar klieren, zoals de speekselklieren.
04:23
Speaker A
En naar spieren, zoals de armbuigspier.
04:26
Speaker A
En je gaat iets doen.
04:30
Speaker A
Dus dat is hoe het zenuwstelsel werkt.
04:33
Speaker A
Dus nog even terug naar die twee functies.
04:37
Speaker A
De functies van het zenuwstelsel waren het verwerken van impulsen.
04:43
Speaker A
Dus de impulsen doorsturen naar de hersenen.
04:49
Speaker A
In de hersenen word je je dan bewust van die impulsen.
04:52
Speaker A
En het zenuwstelsel regelt dan dat er spieren en klieren gaan werken, zodat je wat kan gaan doen met die impulsen die binnenkomen.
05:03
Speaker A
Dat is de uitleg van basisstof 4.
05:06
Speaker A
Kijk goed in magister naar welke opdrachten je moet maken.
05:10
Speaker A
En wens ik je veel succes.
05:12
Speaker A
En tot de volgende keer.

Frequently Asked Questions

Waaruit bestaat het zenuwstelsel volgens de video?

Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen: het centrale zenuwstelsel en alle zenuwen. Het centrale zenuwstelsel omvat de hersenen en het ruggenmerg.

Wat zijn de twee hoofdfuncties van het zenuwstelsel die in de video worden genoemd?

De twee hoofdfuncties van het zenuwstelsel zijn het verwerken van impulsen en de regeling van de werking van spieren en klieren.

Hoe wordt een prikkel omgezet in een impuls en waar gaat deze naartoe?

Een prikkel, zoals de geur van chocolaatjes, wordt in de zintuigen (bijvoorbeeld de neus) omgezet in een impuls. Deze impuls komt vervolgens terecht in de hersenen.

Get More with the Söz AI App

Transcribe recordings, audio files, and YouTube videos — with AI summaries, speaker detection, and unlimited transcriptions.

Or transcribe another YouTube video here →