Maakt Whatsapp ons taalgevoel kapot, fwa? — Transcript

Onderzoek naar hoe WhatsApp en sociale media het taalgevoel van Vlaamse jongeren beïnvloeden, met focus op spreektaal en expressieve kenmerken.

Key Takeaways

  • WhatsApp en sociale media beïnvloeden het taalgebruik van jongeren, maar vernielen het taalgevoel niet.
  • Jongens gebruiken meer spreektaal- en dialectkenmerken, meisjes meer expressieve taalvormen.
  • Jongeren onderscheiden duidelijk tussen informeel online taalgebruik en formeel schooltaalgebruik.
  • Dialectverlies is zichtbaar in het online taalgebruik van jongeren.
  • Klassieke genderpatronen in taalgebruik blijven ook online bestaan.

Summary

  • De video onderzoekt het effect van WhatsApp en sociale media op het taalgevoel van Vlaamse tieners.
  • Er worden drie ongeschreven principes van informeel online schrijven besproken: spreektaalprincipe, beknoptheidsprincipe en compensatieprincipe.
  • Jongeren schrijven online vaak spreektaal met dialectkenmerken die regionaal variëren.
  • Jongens gebruiken meer spreektaalkenmerken, terwijl meisjes meer expressieve kenmerken zoals emoji en herhaling van letters inzetten.
  • Er is een duidelijk onderscheid tussen online taalgebruik en schooltaal, waarbij jongeren sociale media taal en schooltaal goed scheiden.
  • Primaire dialectkenmerken verdwijnen het eerst door dialectverlies, wat zichtbaar is in het online taalgebruik.
  • Expressieve kenmerken compenseren het ontbreken van non-verbale communicatie in online gesprekken.
  • De bevindingen bevestigen klassieke genderpatronen in taalgebruik, ook in nieuwe media.
  • Meisjes richten zich meer op het creëren van emotionele en sociale connecties via taal.
  • Het onderzoek toont aan dat jongeren bewust omgaan met taalnormen afhankelijk van de context.

Full Transcript — Download SRT & Markdown

00:00
Speaker A
Maakt WhatsApp ons taalgevoel kapot, fwa?
00:03
Speaker A
Vanuit Versus in Hasselt.
00:05
Speaker A
Dit is de Universiteit van Vlaanderen.
00:16
Speaker A
Bij wijze van opwarmertje geef ik u meteen twee berichten geproduceerd door Vlaamse tieners op sociale media en ook een vraag.
00:26
Speaker A
Zijn deze berichten geproduceerd door een meisje of door een jongen?
00:33
Speaker A
Wie gaat voor meisje?
00:38
Speaker A
Wie gaat voor jongen?
00:43
Speaker A
Oké, en wat met de volgende twee berichten?
00:47
Speaker A
Wie gaat nu voor meisje?
00:54
Speaker A
En wie voor jongen?
00:58
Speaker A
Oké, de eerste twee berichten werden inderdaad geproduceerd door twee tienerjongens.
01:04
Speaker A
De volgende twee berichten door twee tienermeisjes.
01:09
Speaker A
En als ik het zo goed gezien heb, beantwoord dit aan de intuïties van de meeste mensen.
01:14
Speaker A
Wat betekent het?
01:15
Speaker A
Zijn deze berichten misschien al te evident of al te stereotiep?
01:22
Speaker A
Of zijn er wel degelijk dergelijke sociale patronen te vinden in het online taalgebruik van jongeren?
01:28
Speaker A
En waarom fascineert dat online taalgebruik ons zo?
01:32
Speaker A
Dat we er eigenlijk al meer dan 10 jaar onderzoek naar doen.
01:36
Speaker A
Daarover wil ik het vandaag met u hebben.
01:40
Speaker A
Want heel vaak denken wij dat jongeren maar wat doen op sociale media.
01:45
Speaker A
Zonder rekening te houden met taalnormen, alles lijkt te kunnen.
01:50
Speaker A
Anything goes.
01:51
Speaker A
Maar is dat ook zo?
01:53
Speaker A
Nu, om te begrijpen waarom het taalgebruik van jongeren.
02:00
Speaker A
En laat ons wel wezen ook wel vaak van ouderen op sociale media eruit ziet zoals het eruit ziet.
02:05
Speaker A
Kunnen we terugvallen op drie algemeen onderkende principes die zo'n beetje de ongeschreven wetten van het informele online schrijven zijn.
02:11
Speaker A
Dat zijn het spreektaalprincipe, het beknoptheidsprincipe en het compensatieprincipe.
02:17
Speaker A
Het spreektaalprincipe zou je kunnen formuleren als schrijf zoals je spreekt.
02:22
Speaker A
Of beter nog, schrijf in zekere mate zoals je spreekt.
02:26
Speaker A
Want een selectief gebruik van spreektaalkenmerken volstaat om het taalgebruik een spontaan karakter te geven.
02:31
Speaker A
En dat is eigenlijk de bedoeling.
02:33
Speaker A
Voor het tweede principe kunnen we verschillende labels hanteren.
02:36
Speaker A
Het beknoptheidsprincipe, maar ook het snelheidprincipe.
02:40
Speaker A
Of het comfortprincipe.
02:42
Speaker A
Nu, waarover gaat het?
02:44
Speaker A
Snelle beurtwisselingen tussen gesprekspartners online zorgen voor een prettige dynamiek.
02:50
Speaker A
En vandaar dat chatters op allerlei manieren proberen om hun boodschappen zo beknopt mogelijk te houden.
02:57
Speaker A
Hè, dat doen ze bijvoorbeeld door het gebruik van allerlei afkortingen.
03:00
Speaker A
En dat zorgt dan niet alleen voor snelheid, maar ook voor een groter comfort tijdens het online schrijven via de smartphone bijvoorbeeld.
03:08
Speaker A
En dan het compensatieprincipe.
03:11
Speaker A
Het compensatieprincipe heeft te maken met de strategieën die mensen hanteren om te compenseren voor de afwezigheid van niet-verbale expressie.
03:18
Speaker A
Hè, denk bijvoorbeeld aan gelaatsuitdrukkingen, maar ook andere lichaamstaal.
03:24
Speaker A
En daarnaast ook aan dingen als stemvolume en intonatie.
03:28
Speaker A
En misschien denkt u nu meteen aan emoji en eigenlijk terecht.
03:34
Speaker A
Hè, maar feit is dat chatters eigenlijk een heel scala aan expressieve kenmerken inzetten.
03:39
Speaker A
En in het voorbeeld ziet u ook de herhaling van letters.
03:43
Speaker A
Oké.
03:45
Speaker A
Belangrijk is nu dat jongeren wel degelijk een besef hebben van het feit dat je dit soort kenmerken.
03:51
Speaker A
Niet moet gaan gebruiken bijvoorbeeld in schoolcontexten.
03:54
Speaker A
Hè, zo schrijf je dus niet op school.
03:58
Speaker A
Wij hebben enkele jaren geleden is zo'n 2500 huistaken, examens en eh toetsen van Vlaamse scholieren bekeken.
04:07
Speaker A
Op spelfouten en toen hebben wij vastgesteld dat slechts een goede 5% van de gemaakte spelfouten.
04:14
Speaker A
Enigszins te relateren viel aan de genoemde principes.
04:19
Speaker A
Terwijl de overige 95% eigenlijk gewoon klassieke spelfouten waren.
04:24
Speaker A
Hè, met de DT-fout op kop.
04:26
Speaker A
Dus met andere woorden, jongeren houden doorgaans sociale media schrijven en school schrijven goed uit elkaar.
04:33
Speaker A
We laten het beknoptheidsprincipe nu voor wat het is.
04:37
Speaker A
En zoomen in op het spreektaalprincipe.
04:40
Speaker A
En het compensatieprincipe.
04:43
Speaker A
Omdat we precies voor die principes de meest systematische en interessante patronen vinden.
04:47
Speaker A
En ik begin met het spreektaalprincipe.
04:50
Speaker A
Wat voor soort spreektaal schrijven die jongeren?
04:53
Speaker A
Schrijven die jongeren misschien dialect?
04:56
Speaker A
We gaan even terug naar een uiting van daarnet.
05:01
Speaker A
Als je die uiting of dat voorbeeld bekijkt, dan zie je meteen dat daar wel degelijk kenmerken inzetten.
05:07
Speaker A
Die uit onze dialecten afkomstig zijn.
05:11
Speaker A
Maar het gaat dan wel om een heel specifiek soort kenmerken.
05:16
Speaker A
Het gaat niet alleen om kenmerken die zich makkelijk schriftelijk laten weergeven, maar ook en vooral om kenmerken met een ruime geografische verspreiding.
05:25
Speaker A
Zo eh komt de weglating van de eind T in korte woordjes als dat en niet in de meeste Vlaamse dialecten voor.
05:33
Speaker A
Dat betekent dan ook dat wij de tiener die dit geproduceerd heeft op basis daarvan moeilijk kunnen lokaliseren in Vlaanderen.
05:42
Speaker A
En vanuit dat perspectief is het aanwijzend voornaamwoord die hier interessanter.
05:48
Speaker A
Want dat is wel een duidelijk regiokenmerk.
05:51
Speaker A
De schrijver verraadt hier dat hij uit de provincie Antwerpen of Brabant afkomstig is.
05:57
Speaker A
Of heel misschien de Westrand van Limburg.
06:01
Speaker A
Nu, dit soort kenmerken noemen we in de literatuur over dialectverandering.
06:06
Speaker A
Secundaire en tertiaire dialectkenmerken.
06:08
Speaker A
Secundaire dialectkenmerken zijn ehm duidelijke regiokenmerken.
06:12
Speaker A
Zoals het gebruik van die.
06:15
Speaker A
Eh tertiaire dialectkenmerken zijn kenmerken zoals het gebruik eh van de weglating van de eind T zijn kenmerken die in zo'n ruim gebied voorkomen.
06:26
Speaker A
Dat mensen er zich weinig van bewust zijn en dat ze ze ook heel moeilijk kunnen onderdrukken als ze bijvoorbeeld standaardtaal willen spreken.
06:34
Speaker A
En dan zijn er nog de primaire dialectkenmerken.
06:37
Speaker A
Die zijn veel zeldzamer in het online taalgebruik van tieners.
06:43
Speaker A
Wat zijn primaire dialectkenmerken?
06:45
Speaker A
Dat zijn kenmerken die in een heel beperkt verspreidingsgebied voorkomen.
06:50
Speaker A
Ze zijn bijvoorbeeld typisch voor het dialect van één stad of een kleine cluster van dorpen.
06:54
Speaker A
Nu is het zo dat dat soort kenmerken doorgaans de eerste slachtoffers zijn in het proces van dialectverlies.
07:00
Speaker A
Het zijn dus de eerste kenmerken die verdwijnen als het dialect onder druk komt te staan.
07:05
Speaker A
En feit is nu eenmaal dat de meeste jongeren nog amper dialect beheersen.
07:10
Speaker A
Nu, wat is het interessante nu?
07:11
Speaker A
Als wij alle mogelijke spreektaalkenmerken samen nemen.
07:17
Speaker A
Dan zien we dat jongens daar systematisch hoger voor scoren dan meisjes.
07:22
Speaker A
Dus jongens gebruiken meer spreektaalkenmerken dan meisjes.
07:28
Speaker A
Oké, betekent dat dan dat de meisjes online meer schrijven.
07:33
Speaker A
Volgens de klassieke schrijftaalconventies?
07:37
Speaker A
Wel, eigenlijk niet.
07:39
Speaker A
Want wat blijkt namelijk?
07:41
Speaker A
Meisjes zetten harder in dan de jongens op een ander type kenmerken.
07:47
Speaker A
Namelijk de expressieve kenmerken.
07:50
Speaker A
Die te maken hebben met het compensatieprincipe.
07:53
Speaker A
Dus met andere woorden.
07:55
Speaker A
Jongens scoren hoger voor spreektaalkenmerken.
07:59
Speaker A
Meisjes scoren hoger dan de jongens voor expressieve kenmerken.
08:04
Speaker A
Opvallend is bovendien dat de meisjes voor alle mogelijke expressieve strategieën hoger scoren.
08:10
Speaker A
Dus niet alleen voor het gebruik van emoji, maar ook voor herhaling van letters, herhaling van leestekens.
08:17
Speaker A
Of het in hoofdletters plaatsen van woorden of hele uitingen om nadruk of enthousiasme of boosheid weer te geven en dergelijke meer.
08:23
Speaker A
Dat betekent absoluut niet dat jongens dat soort kenmerken niet gebruiken.
08:28
Speaker A
Maar wel dat ze ze dat veel minder overvloedig doen.
08:32
Speaker A
En dat brengt ons eigenlijk bij een hele klassieke genderbevinding.
08:36
Speaker A
Want sinds de begindagen van de sociolinguïstiek wordt gesteld dat vrouwelijke interactie gemiddeld genomen sterker gefocust is op het tot stand brengen van sociale connecties.
08:45
Speaker A
Emotionele connecties dan mannelijke interactie.
08:49
Speaker A
En nu hebben wij eigenlijk lang gedacht dat vrouwen en mannen online enigszins andere rollen zouden gaan aannemen.
08:55
Speaker A
Dan in face-to-face confrontaties of conversaties.
08:59
Speaker A
En dat daardoor klassieke genderpatronen wat zouden gaan afvlakken.
09:02
Speaker A
Maar tot onze verrassing bleek niks minder waar.
09:05
Speaker A
Wij vinden oude of toch vrij klassieke genderpatronen in nieuwe media.
09:10
Speaker A
Opnieuw als we uitgaan van een binair onderscheid jongens, meisjes.
09:15
Speaker A
En als we naar de algemene patronen kijken.
09:18
Speaker A
Maar die algemene patronen zijn wel heel sterk en systematisch.
09:23
Speaker A
En we zien het niet alleen als we bijvoorbeeld de frequentiescores bekijken voor expressieve kenmerken bij meisjes, jongens.
09:30
Speaker A
Maar ook als we inzoomen op hele specifieke voorkeuren die meisjes en jongens hebben voor bepaalde types kenmerken.
09:36
Speaker A
Zo scoren kenmerken waarmee men uiting geeft aan liefde en vriendschap.
09:42
Speaker A
Denk bijvoorbeeld aan emoji die hartjes weergeven.
09:45
Speaker A
Dat soort kenmerken scoort heel hoog bij de tienermeisjes en veel lager.
09:51
Speaker A
Om niet te zeggen eigenlijk heel laag bij de tienerjongens.
09:55
Speaker A
Nu, interessant is.
09:57
Speaker A
Dat tieners zich ook goed bewust zijn van dat soort genderpatronen.
10:02
Speaker A
Als je hen uitingen, hè, boodschappen, berichtjes van hun leeftijdsgenoten voorlegt, dan scoren ze heel aardig voor genderdetectie.
10:10
Speaker A
Ze hebben dus eigenlijk globaal genomen een vrij goed idee.
10:14
Speaker A
Van wat voor soort kenmerken meer prototyppisch mannelijk.
10:18
Speaker A
En meer prototyppisch vrouwelijk zijn.
10:20
Speaker A
En ze zijn meer bepaald geneigd om berichtjes.
10:24
Speaker A
Waar veel eh spreektaalkenmerken inzetten en zeker veel regiokenmerken inzetten.
10:30
Speaker A
Om wie wat stoerder te vinden en aan mannen toe te schrijven.
10:34
Speaker A
En berichten waar veel expressieve kenmerken inzetten of bepaalde expressieve kenmerken inzetten.
10:40
Speaker A
Aan vrouwen toe te schrijven.
10:42
Speaker A
Precies zoals de meeste van jullie dat daarnet ook deden.
10:47
Speaker A
Voor leeftijdsdetectie scoren ze nog beter.
10:50
Speaker A
Wij stellen algemeen genomen vast dat expressieve kenmerken.
10:57
Speaker A
Ehm spreektaalkenmerken en andere typische chatkenmerken dat het gebruik daarvan afneemt als tieners de volwassenheid naderen.
11:05
Speaker A
En wat zien we nu?
11:06
Speaker A
Jongeren zijn heel goed in staat om op basis van dat soort kenmerken bericht.
11:12
Speaker A
Van eh jongere tieners van 13 tot 16 jaar te onderscheiden van berichten.
11:18
Speaker A
Van oudere tieners van 17 tot 20 jaar.
11:23
Speaker A
En dat toont ons ook weer dat jongeren niet zomaar wat doen als ze online schrijven.
11:28
Speaker A
Ze zijn zich heel goed bewust van sociale patronen, vooral gerelateerd aan leeftijd en gender.
11:34
Speaker A
En ze hebben bovendien het idee dat je daar ook maar best rekening mee houdt.
11:39
Speaker A
Dat blijkt ook heel duidelijk uit de uiting die u nu in beeld krijgt.
11:45
Speaker A
Het is een uiting van een jonge man van 18 jaar.
11:50
Speaker A
En die jonge man heeft het idee dat hij het niet langer kan maken om nog veel emoticons te gebruiken.
11:56
Speaker A
Maar blijkbaar heeft hij het tot dan toe wel degelijk gedaan.
12:00
Speaker A
Toch moet ik zeggen dat wij algemeen genomen meer leeftijdsdifferentiatie zien.
12:05
Speaker A
Bij de meisjes dan bij de jongens.
12:08
Speaker A
Dat blijkt ook uit de grafiek die u nu te zien krijgt.
12:12
Speaker A
Dat is een grafiek voor het gebruik van de expressieve kenmerken.
12:16
Speaker A
Dus alleen voor dat type kenmerken.
12:18
Speaker A
En wat u ziet is een scherpe dalende lijn bovenin voor de meisjes van jonge tieners naar oude tieners.
12:24
Speaker A
Hè, een sterke afname in het gebruik van expressieve kenmerken.
12:27
Speaker A
De jongens zetten onderin, die waren sowieso al geen grote fans van dit soort kenmerken.
12:32
Speaker A
Maar de afname is bij hen quasi verwaarloosbaar.
12:36
Speaker A
En ook voor andere sociale verschillen.
12:38
Speaker A
Zien wij altijd systematisch een sterkere differentiatie bij de meisjes dan bij de jongens.
12:43
Speaker A
Dus dat lijkt erop te wijzen dat meisjes iets sensitiever zijn voor sociale patronen.
12:48
Speaker A
Of daar in elk geval sterker naar handelen.
12:52
Speaker A
Wat weer niet betekent dat jongens ongevoelig zijn voor groepsnormen.
12:56
Speaker A
Want dat zijn ze zeker niet.
12:58
Speaker A
Tot slot.
13:00
Speaker A
Mocht u nu nog niet helemaal overtuigd zijn van het feit dat er ook online schrijfnormen gelden.
13:07
Speaker A
Dan geef ik u graag nog één voorbeeld.
13:11
Speaker A
Als u denkt dat dit bericht als reactie op een voorstel van uw gesprekspartner.
13:17
Speaker A
Uw online gesprekspartner oké is.
13:20
Speaker A
Dan hebt u het echt fout.
13:22
Speaker A
En toch zeker als uw gesprekspartner tot de jongere generaties behoort.
13:27
Speaker A
Voor jongeren is dit namelijk helemaal niet oké.
13:31
Speaker A
Wie zijn uitingen afsluit met een punt toont zich namelijk nors en onvriendelijk.
13:36
Speaker A
Punten als afsluiter van reacties zijn dus absoluut te vermijden.
13:41
Speaker A
En dat weten zowat alle jongeren, ongeacht hun sociale profiel.
13:46
Speaker A
Conclusie.
13:48
Speaker A
Maakt WhatsApp ons taalgevoel kapot, fwa?
13:51
Speaker A
Ik zou zeggen, helemaal niet.
13:54
Speaker A
Jongeren kennen heel goed de conventies van het genre.
13:58
Speaker A
Ze kennen ook de grenzen van het genre.
14:01
Speaker A
Ze weten wat in het genre thuis hoort en wat niet.
14:04
Speaker A
En ze zijn heel gevoelig voor groepsnormen en sociale normen en houden daar rekening mee bij het online schrijven.
14:11
Speaker A
Dank u wel.
Topics:WhatsApptaalgevoeljongerensociale mediaspreektaaldialectgenderverschillenexpressieve kenmerkentaalnormenVlaamse tieners

Frequently Asked Questions

Welke drie algemeen erkende principes beïnvloeden het informele online schrijven van jongeren?

Het informele online schrijven van jongeren wordt beïnvloed door het spreektaalprincipe, het beknoptheidsprincipe en het compensatieprincipe. Deze principes fungeren als ongeschreven wetten voor online communicatie.

Wat houdt het spreektaalprincipe in bij online communicatie?

Het spreektaalprincipe betekent 'schrijf zoals je spreekt', of specifieker, maak selectief gebruik van spreektaalkenmerken. Dit geeft het taalgebruik een spontaan karakter, wat de bedoeling is van informele online interactie.

Waarom proberen chatters hun boodschappen zo beknopt mogelijk te houden volgens het beknoptheidsprincipe?

Chatters proberen hun boodschappen zo beknopt mogelijk te houden om snelle beurtwisselingen te bevorderen, wat zorgt voor een prettige dynamiek. Dit draagt bij aan snelheid en comfort tijdens het online schrijven, bijvoorbeeld via een smartphone.

Get More with the Söz AI App

Transcribe recordings, audio files, and YouTube videos — with AI summaries, speaker detection, and unlimited transcriptions.

Or transcribe another YouTube video here →