#KNM Kennis van de Nederlandse Maatschappij 1 GESCHIEDENIS EN GEOGRAFIE #NT2 #inburgering #dutch

Full Transcript — Download SRT & Markdown

00:00
Speaker A
Hoi, wat leuk dat je kijkt.
00:05
Speaker A
Dit filmpje gaat over het examen KNM, Kennis van de Nederlandse Maatschappij.
00:16
Speaker A
Dit is thema 1, geschiedenis en geografie.
00:25
Speaker A
In dit filmpje beantwoord ik 30 vragen en dit is versie 2025.
00:45
Speaker A
Ik heb ook een boek gemaakt met 1000 vragen, hierin staan de vragen die bij de acht thema's horen.
00:59
Speaker A
1: Geschiedenis en geografie.
01:45
Speaker A
2: Gezondheid en gezondheidszorg.
01:51
Speaker A
3: Instanties.
01:55
Speaker A
4: Staatsinrichting en rechtsstaat.
02:01
Speaker A
5: Onderwijs en opvoeding.
02:06
Speaker A
6: Wonen.
02:09
Speaker A
7: Werk en inkomen.
02:14
Speaker A
8: Omgangsvormen, normen en waarden.
02:22
Speaker A
Wil je een vertaling, laat een reactie achter onder dit filmpje.
03:19
Speaker A
Je kunt de ondertiteling aanzetten als je wilt.
03:29
Speaker A
En abonneer je alsjeblieft op mijn kanaal, dan kan ik groeien en meer mensen helpen met het leren van het Nederlands, en dat vind ik ontzettend leuk om te doen, dankjewel.
03:53
Speaker A
Vraag 1: Welke 2 buurlanden heeft Nederland?
04:02
Speaker A
A. België en de Noordzee.
04:07
Speaker A
B. België en Frankrijk.
04:13
Speaker A
C. België en Duitsland.
05:07
Speaker A
Antwoord C. België en Duitsland.
05:17
Speaker A
Vraag 2: Waar ligt de Randstad?
05:25
Speaker A
A. In het noorden van Nederland.
05:32
Speaker A
B. In het westen van Nederland.
05:39
Speaker A
C. In het zuiden van Nederland.
05:50
Speaker A
Antwoord B. In het westen van Nederland.
06:42
Speaker A
Vraag 3: Welke landen hebben Nederland bevrijd in 1945?
06:55
Speaker A
A. Amerika, Canada en Groot-Brittannië.
07:04
Speaker A
B. Duitsland, Italië en Japan.
07:12
Speaker A
C. Frankrijk, België en Denemarken.
07:25
Speaker A
Antwoord A. Amerika, Canada en Groot-Brittannië.
07:38
Speaker A
Vraag 4: Met de Euro betaal je alleen in:
08:27
Speaker A
A. Nederland.
08:30
Speaker A
B. In alle landen van Europa.
08:36
Speaker A
C. In veel landen van Europa.
08:49
Speaker A
Antwoord C. In veel landen van Europa.
09:00
Speaker A
Vraag 5: Hoe heten de dijken in Zeeland?
09:09
Speaker A
A. De Flevopolder.
09:14
Speaker A
B. De Deltawerken.
09:19
Speaker A
C. De Afsluitdijk.
10:09
Speaker A
Antwoord B. De Deltawerken.
10:20
Speaker A
Vraag 6: Wanneer kwamen de gastarbeiders?
10:29
Speaker A
A. Vlak na de Eerste Wereldoorlog.
10:35
Speaker A
B. Na de Tweede Wereldoorlog.
10:48
Speaker A
Antwoord B. Na de Tweede Wereldoorlog.
11:42
Speaker A
Vraag 7: Welk land was de baas in Nederland tussen 1940 en 1945?
11:56
Speaker A
A. Spanje.
12:00
Speaker A
B. Engeland.
12:04
Speaker A
C. Duitsland.
12:12
Speaker A
Antwoord C. Duitsland.
12:22
Speaker A
Vraag 8: Ligt Amsterdam dicht bij de zee?
12:31
Speaker A
A. Ja, u kunt naar de zee lopen.
12:39
Speaker A
B. Nee, u moet een paar uur met de trein reizen.
13:26
Speaker A
C. Een beetje, het is een half uurtje met de trein.
13:46
Speaker A
Antwoord C. Een beetje, het is een half uurtje met de trein.
14:02
Speaker A
Vraag 9: Er vertrekken steeds meer fabrieken uit Nederland, waarom?
14:15
Speaker A
A. Omdat er in Nederland steeds minder mensen zijn die willen werken.
15:05
Speaker A
B. Omdat er in Nederland steeds minder plaats is voor fabrieken.
15:17
Speaker A
C. Omdat fabriekswerk in het buitenland vaak goedkoper is.
15:46
Speaker A
Antwoord C. Omdat fabriekswerk in het buitenland vaak goedkoper is.
15:46
Speaker A
Vraag 10: Waar ligt Zeeland?
15:54
Speaker A
A. In het noorden van Nederland.
16:41
Speaker A
B. In het oosten van Nederland.
16:48
Speaker A
C. In het zuiden van Nederland.
17:00
Speaker A
Antwoord C. In het zuiden van Nederland.
17:14
Speaker A
Vraag 11: Wat gebeurt er op Bevrijdingsdag?
17:25
Speaker A
A. Dan gaan veel mensen naar de kerk.
17:33
Speaker A
B. Dan vieren veel mensen het einde van de oorlog.
18:22
Speaker A
C. Dan zijn veel mensen 2 minuten stil.
18:36
Speaker A
Antwoord B. Dan vieren veel mensen het einde van de oorlog.
18:51
Speaker A
Vraag 12: Wanneer was de Eerste Wereldoorlog?
19:03
Speaker A
A. 1900-1910.
19:09
Speaker A
B. 1914-1918.
19:17
Speaker A
C. 1939-1945.
20:09
Speaker A
Antwoord B. 1914-1918.
20:22
Speaker A
Vraag 13: Waarom wonen er zoveel mensen in de Randstad?
20:34
Speaker A
A. Daar is veel bos.
20:41
Speaker A
B. Daar is veel werk.
20:46
Speaker A
C. De woningen zijn daar goedkoop.
20:57
Speaker A
Antwoord B. Daar is veel werk.
21:50
Speaker A
Vraag 14: Wat is de Gouden Eeuw?
21:58
Speaker A
A. Dat was de tijd dat goud heel duur werd.
22:06
Speaker A
B. Dat was de tijd dat Nederland veel geld verdiende met de handel.
22:22
Speaker A
C. Dat was de tijd dat in Nederland veel goud werd gevonden.
22:38
Speaker A
Antwoord B. Dat was de tijd dat Nederland veel geld verdiende met de handel.
23:37
Speaker A
Vraag 15: Welk gevolg had de Afsluitdijk?
23:47
Speaker A
A. De Noordzee werd de Waddenzee.
23:54
Speaker A
B. De Zuiderzee werd het IJsselmeer.
24:01
Speaker A
C. Het IJsselmeer werd de Zuiderzee.
24:13
Speaker A
Antwoord B. De Zuiderzee werd het IJsselmeer.
25:07
Speaker A
Vraag 16: Welke stad werd aan het begin van de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd?
25:20
Speaker A
A. Amsterdam.
25:25
Speaker A
B. Den Haag.
25:29
Speaker A
C. Rotterdam.
25:39
Speaker A
Antwoord C. Rotterdam.
25:50
Speaker A
Vraag 17: Wat werd minder belangrijk na de wederopbouw?
26:40
Speaker A
A. Gelijkheid.
26:45
Speaker A
B. Religie.
26:50
Speaker A
C. Vrijheid.
27:00
Speaker A
Antwoord B. Religie.
27:09
Speaker A
Vraag 18: Wie leidde de Nederlandse Opstand tegen Spanje?
27:18
Speaker A
A. Napoleon.
27:22
Speaker A
B. Willem van Oranje.
27:27
Speaker A
C. Karel de Grote.
27:37
Speaker A
Antwoord B. Willem van Oranje.
28:30
Speaker A
Vraag 19: Wanneer werd de slavernij afgeschaft in de Nederlandse koloniën?
28:44
Speaker A
A. 1848.
28:49
Speaker A
B. 1863.
28:55
Speaker A
C. 1945.
29:07
Speaker A
Antwoord B. 1863.
29:17
Speaker A
Vraag 20: Waarvoor staat VOC?
30:06
Speaker A
A. Verenigde Oostindische Compagnie.
30:14
Speaker A
B. Vereniging van Oude Culturen.
30:22
Speaker A
C. Vrede en Ontwikkeling Centrum.
30:32
Speaker A
Antwoord A. Verenigde Oostindische Compagnie.
30:45
Speaker A
Vraag 21: Wanneer begon de Tweede Wereldoorlog voor Nederland?
30:56
Speaker A
A. 1939.
31:42
Speaker A
B. 1940.
31:47
Speaker A
C. 1941.
31:57
Speaker A
Antwoord B. 1940.
32:07
Speaker A
Vraag 22: Wie is nu de koning van Nederland (2025)?
32:17
Speaker A
A. Willem-Alexander.
32:22
Speaker A
B. Maurits.
32:25
Speaker A
C. Constantijn.
32:34
Speaker A
Antwoord A. Willem-Alexander.
33:25
Speaker A
Vraag 23: Wanneer kreeg Nederland zijn eerste grondwet?
33:35
Speaker A
A. 1800.
33:39
Speaker A
B. 1814.
33:44
Speaker A
C. 1900.
33:55
Speaker A
Antwoord B. 1814.
34:08
Speaker A
Vraag 24: Was Nederland neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog?
34:18
Speaker A
A. Ja.
35:02
Speaker A
B. Nee.
35:06
Speaker A
C. Alleen aan het begin.
35:17
Speaker A
Antwoord A. Ja.
35:24
Speaker A
Vraag 25: Wat gebeurde er tijdens de Watersnoodramp van 1953 in Nederland?
35:38
Speaker A
A. Er was een overstroming.
35:44
Speaker A
B. Er was een hittegolf.
35:49
Speaker A
C. Er was een sneeuwstorm.
36:40
Speaker A
Antwoord A. Er was een overstroming.
36:54
Speaker A
Vraag 26: Wat is een belangrijk doel van de Europese Unie?
37:05
Speaker A
A. Het organiseren van sportevenementen.
37:12
Speaker A
B. Het bevorderen van samenwerking en handel tussen Europese landen.
37:22
Speaker A
C. Het organiseren van muziekfestivals.
37:37
Speaker A
Antwoord B. Het bevorderen van samenwerking en handel tussen Europese landen.
38:33
Speaker A
Vraag 27: Wat hoort bij elkaar?
38:42
Speaker A
A. Gouden Eeuw - armoede.
38:47
Speaker A
B. Tweede Wereldoorlog - Anne Frank.
38:58
Speaker A
Antwoord B. Tweede Wereldoorlog - Anne Frank.
39:09
Speaker A
Vraag 28: Wat werd besloten in het Verdrag van Maastricht in 1992?
40:00
Speaker A
A. De oprichting van de Europese Unie.
40:08
Speaker A
B. De oprichting van de Verenigde Naties.
40:15
Speaker A
C. De verdeling van Duitsland.
40:29
Speaker A
Antwoord A. De oprichting van de Europese Unie.
40:42
Speaker A
Vraag 29: In welk jaar vond de Beeldenstorm plaats?
40:52
Speaker A
A. 1566.
40:57
Speaker A
B. 1600.
41:41
Speaker A
C. 1648.
41:55
Speaker A
Antwoord A. 1566.
42:08
Speaker A
Vraag 30: Wie was Vincent van Gogh?
42:16
Speaker A
A. Een Nederlandse schilder.
42:22
Speaker A
B. Een Nederlandse schrijver.
42:28
Speaker A
C. Een Nederlandse zeeheld.
43:20
Speaker A
Antwoord A. Een Nederlandse schilder.
43:33
Speaker A
Dankjewel voor het kijken, abonneer je alsjeblieft op mijn kanaal, laat een reactie achter onder dit filmpje en deel dit filmpje op social media.
43:49
Speaker A
Please subscribe.
43:52
Speaker A
Wil je graag meer vragen, het boek kun je vinden op Amazon, de link staat in de beschrijving van dit filmpje.
44:06
Speaker A
En als je graag ook een vertaling wilt, schrijf dat dan onder dit filmpje.
44:18
Speaker A
Tot de volgende keer, doei doei.

Get More with the Söz AI App

Transcribe recordings, audio files, and YouTube videos — with AI summaries, speaker detection, and unlimited transcriptions.

Or transcribe another YouTube video here →