Ds. M. Messemaker | Lukas 23:42 | Het gebed van de moordenaar aan het kruis |

Full Transcript — Download SRT & Markdown

00:00
Speaker A
Schriftlezing vindt u in Lucas 23.
00:10
Speaker A
En we lezen de verzen 33 tot en met 43.
00:17
Speaker A
En in de preek beperken we ons of focussen we vooral op de verzen 39 tot en met 43, hè, waar één van die misdadigers die naast de Here Jezus is gehangen, ja, tot inkeer komt, tot bekering komt.
00:33
Speaker A
We lezen het woord van God. Lucas 23 vers 33. En toen ze op de plaats kwamen die schedel genoemd werd, kruisigden zij hem daar met de misdadigers, de één aan de rechter en de ander aan de linkerzijde.
00:47
Speaker A
En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen. En ze verdeelden zijn kleren en wierpen het lot.
00:56
Speaker A
En het volk stond toe te kijken en met hen beschimpt ook hun leiders hem. Ze zeiden: de andere heeft hij verlost, laat hij nu zichzelf verlossen als hij de Christus is, de uitverkorene van God.
01:08
Speaker A
En ook de soldaten kwamen en bespotten hem.
01:12
Speaker A
En brachten hem zure wijn.
01:16
Speaker A
En zij zeiden: Als u de koning van de Joden bent.
01:21
Speaker A
Verlos dan uzelf.
01:24
Speaker A
En er was ook een opschrift boven hem geschreven in Grieks, Romeins en Hebreeuwse letters.
01:30
Speaker A
Dit is de koning van de Joden.
01:34
Speaker A
En één van de misdadigers die daar hingen, lasterde hem en zei:
01:40
Speaker A
Als u de Christus bent, verlos dan uzelf en ons.
01:44
Speaker A
Maar de ander antwoordde en bestrafte hem.
01:50
Speaker A
Vreest zelfs u God niet, nu u hetzelfde vonnis ondergaat?
01:56
Speaker A
Hè, nu u in hetzelfde oordeel bent?
02:00
Speaker A
En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben.
02:05
Speaker A
Maar deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
02:09
Speaker A
En hij zei tegen Jezus: Here, denk aan mij.
02:14
Speaker A
Als u in uw koninkrijk gekomen bent.
02:19
Speaker A
En Jezus zei tegen hem: Voorwaar zeg ik u, heden zult u met mij in het paradijs zijn.
02:26
Speaker A
Tot zover onze schriftlezing.
02:29
Speaker A
En ik hoop vanmorgen u vooral in het bijzonder te bepalen bij het gebed dat die ene moordenaar, die misdadiger bidt in vers 42.
02:37
Speaker A
Hij zei tegen Jezus: Here, denk aan mij als u in uw koninkrijk gekomen bent.
02:45
Speaker A
Tot zover de schriftlezing en de tekstlezing.
02:50
Speaker A
Na de preek zingen wij Psalm 56.
02:57
Speaker A
Vers 5: Ik roem in God, ik prijs het onfeilbaar woord.
03:03
Speaker A
En vers 6: Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood.
03:08
Speaker A
Psalm 56 vers 5 en vers 6.
03:17
Speaker A
Denk aan mij.
03:22
Speaker A
Gemeente, jongelui.
03:27
Speaker A
Denkt u vaak aan uw dood?
03:31
Speaker A
Dat er een moment komt dat je sterven gaat?
03:36
Speaker A
Dat je de laatste adem uitblaast?
03:39
Speaker A
Dat je hart stopt?
03:41
Speaker A
Aangrijpende gedachte vindt u niet?
03:44
Speaker A
Zo'n aangrijpende gedachte die je confronteert met de sterven heb je heel vaak als iemand in je directe nabijheid overlijdt, toch?
03:51
Speaker A
Jongelui, dat hebben jullie toch ook wel eens, als je jong bent en dan denk je niet zo heel vaak aan sterven.
03:58
Speaker A
Maar als er dan bijvoorbeeld een leeftijdsgenoot sterft of verongelukt of ziek wordt.
04:04
Speaker A
Dan confronteert je dat keihard met de dood.
04:09
Speaker A
Kijk, gemeente, en wie wie vanmorgen serieus meekijkt op Golgotha, waar drie kruisen staan opgericht.
04:17
Speaker A
Kan ook niet anders dan geconfronteerd worden met de dood.
04:22
Speaker A
Want hier hangen drie gedoodvonde mensen.
04:26
Speaker A
Hier hangen drie mensen op de grens van leven en van dood.
04:31
Speaker A
Nog even.
04:33
Speaker A
En zij zullen God ontmoeten.
04:37
Speaker A
En rekenschap moeten afleggen van al hun daden.
04:41
Speaker A
Ja, want want gemeente, daar daar is de Bijbel toch heel erg helder over.
04:46
Speaker A
Hebreeën 9 vers 27 zegt: Het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.
04:53
Speaker A
En en Salomo zegt in Prediker 12:
04:58
Speaker A
En God zal ieder werk van u in het gericht brengen met alles wat verborgen is.
05:04
Speaker A
Het zij goed, het zij kwaad.
05:07
Speaker A
En als je daarover nadenkt.
05:11
Speaker A
Als je daarover nadenkt, gemeente, bekruipt dan u ook wel eens het gevoel.
05:17
Speaker A
Maar wie kan dat?
05:18
Speaker A
Wie kan voor God verschijnen?
05:21
Speaker A
Wie wie kan gerust zijn op een goede afloop zonder meer?
05:26
Speaker A
Gemeente, wie wie schrikt nooit van de gedachte dat hij ooit en eens verschijnen moet voor een rechtvaardige God?
05:31
Speaker A
En hoe dan ook, gemeente, wij leven allemaal op dat punt af.
05:37
Speaker A
Onafwendbaar komt de dood je tegemoet.
05:43
Speaker A
Ooit komt er een dag.
05:46
Speaker A
En dat is je sterfdag.
05:49
Speaker A
Er is voor u ook een datum en voor mij ook.
05:54
Speaker A
En iedere dag in je leven die voorbij gaat is een dag dichterbij.
06:01
Speaker A
Johann Sebastian Bach maakte een indrukwekkend muziekstuk met de tekst: Alle mensen, alle mensen moeten sterven.
06:09
Speaker A
Alle vlees vergaat als hooi.
06:13
Speaker A
Wie er leeft, dat moet verderven.
06:17
Speaker A
Ja, het is het is onafwendbaar.
06:21
Speaker A
Wat leven is moet verderven.
06:24
Speaker A
Daar daar is geen discussie over mogelijk.
06:28
Speaker A
En gemeente, bij bij die gedachte zwijgen toch alle stemmen, toch?
06:33
Speaker A
Dan dan houd je toch de adem in.
06:38
Speaker A
Is het misschien daarom dat dat het rond sterven altijd zo stil is?
06:42
Speaker A
Dat kent u wel, hè?
06:45
Speaker A
Bij een ziekbed, bij een sterfbed fluisteren we.
06:49
Speaker A
En als je samen om de kist van de overledene staat.
06:53
Speaker A
Dan dempen de stemmen.
06:56
Speaker A
Wij hebben het ook altijd over doodse stilte.
06:59
Speaker A
Ja, stilte en en en zwijgen hoort hoort een beetje bij sterven.
07:04
Speaker A
Jongens en meisjes, het is al heel lang geleden.
07:09
Speaker A
En als het over deze dingen gaat.
07:13
Speaker A
Gaat, dan vertel ik eigenlijk altijd datzelfde verhaal.
07:19
Speaker A
Omdat vroeger, jongens en meisjes, heb ik heel veel geholpen bij begrafenissen.
07:25
Speaker A
Ik werkte bij een begrafenisondernemer.
07:30
Speaker A
En eh het was een keer een hele mooie zaterdagmiddag in het voorjaar.
07:38
Speaker A
En ik hielp mee.
07:41
Speaker A
We gingen naar het graf met iemand die overleden was.
07:45
Speaker A
Maar in Katwijk, waar ik woon, woonde daar was het graf naast of in ieder geval vlakbij het voetbalveld.
07:52
Speaker A
En op dat voetbalveld, daar was net een voetbalwedstrijd.
07:57
Speaker A
Nou ja, dat was net zo samen.
07:58
Speaker A
Maar maar wij kwamen op het graf heen en en we we zetten die kist bovenop het graf.
08:03
Speaker A
Hebben jullie dat wel eens gezien?
08:05
Speaker A
Sommige wel, hè, ja.
08:07
Speaker A
Dat is een begrafenis.
08:10
Speaker A
Dan zet je die kist op het graf.
08:13
Speaker A
En en op een goed moment gaat die dan naar beneden.
08:17
Speaker A
Dat is heel verdrietig als je van iemand houdt.
08:20
Speaker A
En en jongens en meisjes, terwijl we de kist naar beneden lieten in het graf, kwam er een doelpunt op dat voetbalveld.
08:29
Speaker A
Precies tegelijk.
08:31
Speaker A
Dat was zo naar.
08:33
Speaker A
Dus wij hoorden ineens heel hard juichen.
08:38
Speaker A
Nou, jullie zijn nog klein, maar ik denk dat jullie allemaal denken nu.
08:43
Speaker A
Ja, dat dat is dat is heel raar.
08:45
Speaker A
Dat hoort eigenlijk niet bij elkaar.
08:47
Speaker A
Dat dat is heel verdrietig.
08:50
Speaker A
En dat was het ook als iemand sterft en en als mensen er niet meer zijn.
08:54
Speaker A
Dan dan zijn we stil en verdrietig.
08:56
Speaker A
En dat mag ook.
08:58
Speaker A
En dat mag je best onthouden.
09:01
Speaker A
En dat mag je best ook zo geloven.
09:05
Speaker A
Als het stil is, als we iemand sterft, mag je stil zijn.
09:10
Speaker A
Want het is verdrietig.
09:12
Speaker A
Gemeente, dat is toch dat is toch waar.
09:15
Speaker A
Juichen bij de dood.
09:17
Speaker A
Je moet er toch niet aan denken.
09:20
Speaker A
En en een mooie dood of zo, zoals je wel eens hoort.
09:25
Speaker A
Bestaat ook helemaal niet.
09:27
Speaker A
Geen enkele dood is mooi.
09:31
Speaker A
En geen einde is mooi.
09:35
Speaker A
De dood laat het failliet van de mens zien.
09:39
Speaker A
De de dood is in de wereld ingekomen als een straf op de zonde.
09:45
Speaker A
En dat moesten we vooral maar niet bij romantiseren.
09:49
Speaker A
En het verbloemen met bloemen.
09:54
Speaker A
Het is een straf.
09:56
Speaker A
En zo legt Paulus het ook uit aan de gemeente van Rome.
10:00
Speaker A
Hij zegt: Want want het loon op de zonde, dat is de dood.
10:05
Speaker A
En zo is de dood ook die die lijfelijke, die vleselijke dood tot alle mensen doorgegaan.
10:10
Speaker A
Dus ook tot mij en tot u en tot jou.
10:13
Speaker A
Gemeente, dat is een onzaggelijke gedachte.
10:16
Speaker A
En dan zwijgen alle stemmen toch?
10:19
Speaker A
Dan heb je toch niets meer te zeggen.
10:22
Speaker A
De Bijbel heet toch in in de Bijbel heet de dood toch ook een vijand.
10:26
Speaker A
Een laatste, zegt Paulus tegen de Korinthiërs.
10:30
Speaker A
En daar hoort geen gejuich bij.
10:34
Speaker A
En geen mooie praat.
10:37
Speaker A
Daar hoort huilen bij.
10:40
Speaker A
Gehuil vanwege de pijn van de dood.
10:44
Speaker A
En en het gehuil vanwege de straf op de zonde.
10:49
Speaker A
En gemeente, en dat zou je dan toch ook verwachten.
10:53
Speaker A
Als je als je vandaag je vanmorgen schaart rondom Golgotha, wie wie in gedachte meegaat naar die executieplek.
11:01
Speaker A
Die weet dat toch dat daar weinig te juichen valt.
11:05
Speaker A
Bij al die ellende.
11:07
Speaker A
Jezus is daar gekruisigd tezamen met twee andere misdadigers, moordenaars.
11:13
Speaker A
Hij moet de kruisdood sterven, zo heeft Pilatus hem veroordeeld.
11:18
Speaker A
Hij hij moet als een lam ter slachting worden geleid.
11:23
Speaker A
Ja.
11:25
Speaker A
Ja, de Here moet sterven.
11:28
Speaker A
Dat moet, omdat alleen zo die schuld van de zonde.
11:33
Speaker A
De straf van de dood kan worden verzoend.
11:38
Speaker A
Ook die van u en van jou en van mij.
11:40
Speaker A
Het kan niet anders.
11:43
Speaker A
Golgotha, gemeente, is daarom een sterfhuis en moet dat zijn.
11:48
Speaker A
Hij kan zichzelf niet verlossen, zo roepen ze aan het kruis.
11:51
Speaker A
Dat klopt ook.
11:52
Speaker A
Hij kan het niet.
11:54
Speaker A
Hier moet iets gebeuren.
11:56
Speaker A
Er moet betaald worden.
11:58
Speaker A
Nee, daar hoort geen gejuich thuis.
12:01
Speaker A
Maar gehuil.
12:04
Speaker A
En juist hier komt het op me af, wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen?
12:10
Speaker A
Wie redt zijn ziel van het graf?
12:13
Speaker A
Jezus sterft, omdat u en ik sterven.
12:18
Speaker A
Maar naast de Here Jezus hangen nog twee anderen.
12:24
Speaker A
Die die ook dat doodsvonnis hebben gekregen.
12:28
Speaker A
Misdadigers, moordenaars wellicht.
12:31
Speaker A
En met hem met hen hebben we niet zoveel medelijden, toch?
12:34
Speaker A
Nee, zij zij hebben waarschijnlijk iemand vermoord of in ieder geval zulk misdadige dingen gedaan.
12:40
Speaker A
Dat ze de dood verdiend hebben.
12:43
Speaker A
Ze verdienen het te sterven.
12:45
Speaker A
Volgens het Romeinse recht.
12:47
Speaker A
Ze hebben wellicht bloed aan hun handen.
12:51
Speaker A
En waarschijnlijk, gemeente, zeer waarschijnlijk is hun terechtstelling versneld.
12:58
Speaker A
Zijn ze eerder uit de cel gehaald om om Jezus gezelschap te houden.
13:03
Speaker A
Bij zijn executie.
13:06
Speaker A
Dat dat zou dat aanvankelijke schelden van die twee op Jezus misschien wel kunnen verklaren.
13:13
Speaker A
Romeinen deden dat graag in groepen tegelijk.
13:16
Speaker A
Ja, maar maar in zo'n situatie, gemeente, zou je toch ook van deze twee mannen angst verwachten?
13:22
Speaker A
Als je sterft, dan ben je toch bang?
13:26
Speaker A
Maar dat is niet altijd zo.
13:29
Speaker A
Gemeente, verharding van mensen gaat soms heel ver.
13:34
Speaker A
Sommige van u werken in het ziekenhuis, die hebben dat heel wat keren meegemaakt.
13:38
Speaker A
Dat mensen naar hun einde gingen.
13:42
Speaker A
En dat is niet altijd heel naar of zo.
13:47
Speaker A
Ja, sommige gaan vloekend en scheldend naar hun einde.
13:52
Speaker A
Maar ik heb de mensen ook wel eens grappend en grollend naar hun einde zien gaan.
13:56
Speaker A
Of onbewogen.
13:58
Speaker A
De eeuwigheid dichtbij.
14:01
Speaker A
Gemeente, om om koud van te worden.
14:05
Speaker A
Ook deze moordenaars, hè, al al zijn ze vlak voor hun dood.
14:10
Speaker A
Ze schelden mee en ze spotten erop los.
14:15
Speaker A
Misschien wel uit kwaadheid of of misschien uit onmacht.
14:19
Speaker A
Wat het ook is geweest.
14:22
Speaker A
Indien u de Christus bent, verlos uzelf en ons.
14:27
Speaker A
De de spot, gemeente, die die druipt er vanaf.
14:31
Speaker A
Nou ja, weet je, dat zouden wij dan niet doen, hè?
14:34
Speaker A
In ieder geval.
14:36
Speaker A
Niet op op die manier, toch?
14:37
Speaker A
Spotten.
14:39
Speaker A
Kom nou.
14:42
Speaker A
Maar gemeente, wie zich niet bekeert.
14:48
Speaker A
En de Here Jezus als zijn verlosser en zaligmaker niet gelovig aanneemt in dit leven.
14:53
Speaker A
Om om het oordeel en de dood te ontgaan.
14:57
Speaker A
Wie dat niet doet.
14:59
Speaker A
Spot ook met hem, wist u dat?
15:02
Speaker A
Wist u dat?
15:04
Speaker A
Dan dan dan wordt je vergeving aangeboden.
15:09
Speaker A
Er wordt je gezegd: Haast u om uw levenswil.
15:12
Speaker A
Vlucht voor de toekomende toorn.
15:15
Speaker A
God zegt: Ik geef mijn zoon, hier heeft u hem.
15:21
Speaker A
Maar je doet er niks mee.
15:24
Speaker A
Je laat het lopen.
15:26
Speaker A
Alsof het niks is, jongelui, ongelovig zijn of blijven.
15:31
Speaker A
Dat kan niet zomaar.
15:33
Speaker A
Dat spotten met hem.
15:36
Speaker A
Maar dan, hè, dan gebeurt er iets on opmerkelijks aan aan één van die twee kruisen.
15:41
Speaker A
Eén van die die moordenaars wordt stiller en stiller.
15:46
Speaker A
Zo laat het evangelie, ook de andere evangelie ons weten.
15:49
Speaker A
Er gebeurt iets in zijn in zijn hart, blijkbaar, waardoor hij stilvalt.
15:54
Speaker A
Hij hij wordt stilgezet, zeggen wij dan.
15:57
Speaker A
En en hoe komt dat dan?
15:59
Speaker A
En waardoor?
16:01
Speaker A
Denkt hij denkt hij misschien aan Jezus?
16:03
Speaker A
Is hij is hij onder de indruk gekomen gaandeweg?
16:07
Speaker A
De Bijbel zegt daar niets over, hè?
16:08
Speaker A
Over dat zwijgen en hoe dat komt.
16:11
Speaker A
Kijk, kijk, hij had geen preek gehoord.
16:14
Speaker A
En hij was ook niet naar een evangelisatiebijeenkomst geweest.
16:17
Speaker A
Of er was er ook geen één voor hem gehouden.
16:20
Speaker A
Maar gemeente, wat voor deze moordenaar wel geldt en voor allebei trouwens, is dat hij alles gehoord heeft en gezien.
16:27
Speaker A
Wat Jezus betreft, toch?
16:30
Speaker A
Hoe hoe vreemd het ook klinkt.
16:32
Speaker A
Hij zat eerste rang.
16:35
Speaker A
Het dichtstbij.
16:38
Speaker A
Onderweg naar Golgotha had hij gezien hoe hoe de Here Jezus gewillig zijn kruis droeg.
16:44
Speaker A
Hoe hij sprak.
16:47
Speaker A
En soms zweeg.
16:50
Speaker A
Ook dat toen hij aan het kruis werd gehamerd en de spijkers hem door de handen werden geslagen, dat hij zei: Vader, vergeef het hun.
16:57
Speaker A
Want ze weten niet wat ze doen.
17:01
Speaker A
Deze man die had waarschijnlijk zijn beulen een vloek in het gezicht gesmeten.
17:05
Speaker A
En het uitgeschreeuwd.
17:08
Speaker A
Het moet toch wel ergens indruk hebben gemaakt.
17:12
Speaker A
Denkt u niet dat dat die andere, derde kruiseling.
17:15
Speaker A
Bad voor zijn vijanden, voor zijn beulen.
17:19
Speaker A
Ik vond het wel mooi om te lezen dat iemand hier zegt.
17:23
Speaker A
De adem van de geest beroerde daarmee zijn hart.
17:28
Speaker A
Ik geloof dat ook.
17:30
Speaker A
Ergens is er iets blijven hangen.
17:34
Speaker A
Van wat hier gebeurt.
17:36
Speaker A
En blijven haken.
17:39
Speaker A
Dat dat dat is trouwens best beschamend, vindt u niet?
17:42
Speaker A
Voor u en mij.
17:45
Speaker A
Wij wij hebben al zo ongelooflijk veel van de Here Jezus gehoord vanaf onze jeugd aan.
17:54
Speaker A
Maar maar zo vaak zonder de reactie van deze moordenaar.
17:59
Speaker A
Deze man heeft maar een uurtje nodig of zo.
18:02
Speaker A
Er er is in ieder geval iets, gemeente, wat wat hem stil maakt.
18:07
Speaker A
Wat hem raakt.
18:10
Speaker A
Hij en juist nu, nu hij op die drempel staat van leven en en dood.
18:16
Speaker A
De klok tikt.
18:17
Speaker A
Nog even.
18:20
Speaker A
En dan is ook voor hem de tijd voorbij.
18:23
Speaker A
En als hij nog niet dood is aan het kruis, dat weet hij.
18:28
Speaker A
Dan zullen de Romeinen zijn beenderen, zijn botten aan stukken slaan.
18:33
Speaker A
En dan zal hij de geest geven.
18:36
Speaker A
En dan zal het leven uit hem lopen.
18:39
Speaker A
En wat een leven.
18:42
Speaker A
Wat een leven, deze deze man heeft geleefd zonder God.
18:46
Speaker A
Goddeloos heet dat.
18:48
Speaker A
En de Bijbel zegt: Goddelozen zullen vergaan.
18:51
Speaker A
Dat is aangrijpend, toch?
18:53
Speaker A
Dat is aangrijpend, gemeente, als je het als je het punt nadert van je dood.
19:00
Speaker A
En je weet dit.
19:03
Speaker A
Goddeloze vergaan.
19:06
Speaker A
En juist nu hij naast Jezus hangt, grijpt hem dit aan.
19:12
Speaker A
Degene die naast hem hangt is namelijk de heilige.
19:15
Speaker A
De reine.
19:17
Speaker A
De zondeloze.
19:19
Speaker A
En hij hij hangt hier als een zondaar.
19:22
Speaker A
Gemeente, soms soms worden je zonden des te groter.
19:27
Speaker A
Des te dichter je bij Jezus bent, wist u dat?
19:32
Speaker A
Sommige mensen zeggen wel: Ja, nee, eerst eerst ga je je zonden kennen.
19:36
Speaker A
En besef je dat je onmetelijk ver bij Jezus vandaan bent.
19:40
Speaker A
Dat kan.
19:43
Speaker A
Maar ik denk dat onder soms vaker is.
19:46
Speaker A
Hoe dichter bij Jezus, hoe hoe meer je het beseft.
19:50
Speaker A
Hoe meer je het ziet.
19:52
Speaker A
Hoe meer je het soms voelt.
19:55
Speaker A
Daar daarom heb je dat bij het avondmaal soms.
19:59
Speaker A
Heb je avondmaal, zou je kunnen zeggen.
20:02
Speaker A
Maar dat gaat het toch over de vergeving.
20:05
Speaker A
En dat mag je dan toch weten.
20:07
Speaker A
Ja.
20:09
Speaker A
En toch heeft u dat ook.
20:12
Speaker A
Hoe dichterbij, hoe meer je het soms voelt en merkt.
20:17
Speaker A
God sowieso voor deze man.
20:21
Speaker A
Hij hangt hier als een zondaar.
20:24
Speaker A
Hij beseft: Ik hang hier volkomen terecht.
20:27
Speaker A
Ik ik heb straf verdiend.
20:30
Speaker A
En ik ben schuldig.
20:32
Speaker A
En daarom klinkt dat richting die andere maat van hem en die moordenaar: Vreest u zelfs God niet?
20:38
Speaker A
U u bent in hetzelfde vonnis.
20:42
Speaker A
Maar wij rechtvaardig.
20:45
Speaker A
Want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hadden en hebben.
20:50
Speaker A
Gemeente, zonde, al zijn ze je vergeven.
20:54
Speaker A
Zonden zijn niet dingetjes.
20:57
Speaker A
Als je gezondigd hebt, heb je gezondigd tegen een rechtvaardige God.
21:02
Speaker A
Tegen een God die onnoemelijk goed is en heilig, die geen zonde door de vinger ziet.
21:07
Speaker A
Niets.
21:09
Speaker A
En het daarom aan zijn zoon strafte.
21:12
Speaker A
En daarom daarom komt er plotseling bij deze man een smeekgebed over de lippen, hè?
21:19
Speaker A
Here, denk aan mij.
21:22
Speaker A
Denk aan mij als u in uw koninkrijk zult gekomen zijn.
21:27
Speaker A
Denk aan mij.
21:30
Speaker A
Hij durft meer niet te vragen.
21:32
Speaker A
Gemeente, zijn gebed, heeft u dat beseft?
21:35
Speaker A
Is eigenlijk best apart.
21:39
Speaker A
Hij vraagt dus niet over het sterven zelf.
21:40
Speaker A
Niets.
21:42
Speaker A
Hij vraagt zelfs niet: Mag ik in de hemel komen?
21:46
Speaker A
Het is eigenlijk wel een apart gebed.
21:50
Speaker A
Hij vraagt ook niet om vergeving.
21:54
Speaker A
Of redding.
21:57
Speaker A
Voor hem is het genoeg als degene die naast hem hangt.
22:00
Speaker A
Christus alleen hem gedenkt.
22:04
Speaker A
Aan hem denkt.
22:07
Speaker A
Ik moet aan een psalmregel denken.
22:10
Speaker A
Denk aan mij toch in genade.
22:13
Speaker A
Here, laat mij in uw gedachte en in uw hart zijn.
22:17
Speaker A
Eigenlijk vraagt hij letterlijk: Wilt u mij herinneren?
22:23
Speaker A
Dat is wat Jozef vroeg, weet u wel, aan de schenker.
22:28
Speaker A
Als je nou gered bent en je bent weer terug bij de koning.
22:32
Speaker A
Wil je me dan bij de koning, bij de farao herinneren?
22:37
Speaker A
Want dan kom ik misschien wel die gevangenis uit.
22:40
Speaker A
De Engelse vertaling zegt natuurlijk gewoon heel eenvoudig hier: Remember me.
22:44
Speaker A
Denk aan mij.
22:47
Speaker A
Neem mij in gedachte.
22:51
Speaker A
Jongens en meisjes, heb je dat wel eens gezien?
22:56
Speaker A
Sommige mensen hebben in hun auto, dat hebben papa's wel eens die vrachtwagenchauffeur zijn.
23:01
Speaker A
Hebben dan een foto van mama in de auto.
23:03
Speaker A
Heb je dat wel eens gezien?
23:06
Speaker A
Of op hun telefoon ook wel eens een foto van mama of van jou.
23:11
Speaker A
Maar als zo'n fotootje nou in de auto zit, hè?
23:17
Speaker A
Jongens en meisjes, wat betekent dat dan?
23:21
Speaker A
Nou, jij zegt: Nou, dat dan dat dat papa ook aan mama denkt.
23:25
Speaker A
Als je aan het rijden is.
23:27
Speaker A
En dat hij voorzichtig is.
23:29
Speaker A
Dat hij wel voorzichtig is en dat hij weer veilig thuis komt.
23:34
Speaker A
Nou, dat dat is ook zo.
23:36
Speaker A
Weet weet je wat de moordenaar aan het kruis eigenlijk aan de Here Jezus vraagt?
23:42
Speaker A
Wilt u een fotootje van mij meenemen als u in de hemel bent?
23:46
Speaker A
Als u nou in de hemel bent.
23:50
Speaker A
Kunt u dan nog eens naar mijn fotootje kijken?
23:52
Speaker A
En aan mij denken.
23:55
Speaker A
En daarom ook voor mij zorgen.
23:58
Speaker A
Voor altijd.
24:01
Speaker A
Gemeente, bid bid u wel eens zo?
24:04
Speaker A
Bid bid u wel eens zo dat je net als die moordenaar in de totale hopeloosheid van je eigen situatie zit?
24:09
Speaker A
Dat je weet dat er alleen nog hoop is.
24:14
Speaker A
Als de Almachtige aan je denkt.
24:18
Speaker A
Here, denk aan mij.
24:21
Speaker A
Gemeente, wat is nou je enige troost als je sterft?
24:24
Speaker A
Is het dit?
24:27
Speaker A
Here.
24:30
Speaker A
Here, denk aan mij.
24:32
Speaker A
Dat dat is genoeg.
24:34
Speaker A
Want want als u aan de zondaar gedenkt.
24:39
Speaker A
Dan ben ik veilig.
24:40
Speaker A
Dan dan ben ik geborgen in uw hart.
24:44
Speaker A
Als als u voorbeden doet, Here Jezus, bij uw vader.
24:49
Speaker A
Denk aan mij.
24:52
Speaker A
En en als u heengaat en plaats bereidt voor uw kinderen in dat vaderhuis met de vele woningen.
24:58
Speaker A
Denk aan mij.
25:01
Speaker A
En en wat antwoordt Jezus dan?
25:04
Speaker A
Zal hij de moeite nemen om die man die hem nog net nog zo vervloekte.
25:08
Speaker A
En op zijn hart trapte te gedenken.
25:12
Speaker A
Weet weet u wat wat op dit moment helemaal duidelijk wordt?
25:16
Speaker A
Dat de Here Jezus niet aan het kruis hangt voor nette mensen.
25:22
Speaker A
En voor bekeerde mensen.
25:24
Speaker A
En om zalige mensen zalig te maken.
25:28
Speaker A
Maar dat hij aan het kruis hangt, gemeente, voor wat niks is.
25:32
Speaker A
Wat zondaar is.
25:34
Speaker A
En die niets, maar dan ook niets hebben verdiend.
25:38
Speaker A
Die alles hebben verbeurd en gezondigd.
25:41
Speaker A
Zoals wij dat zeggen.
25:43
Speaker A
Daarvoor.
25:45
Speaker A
En daarom klinkt uit zijn mond vandaag: Ja, voorwaar, Amen.
25:50
Speaker A
Ik zal in mijn koninkrijk, in het paradijs u gedenken.
25:55
Speaker A
Heden.
25:57
Speaker A
Gemeente.
25:58
Speaker A
Moet u voorstellen wat dat voor deze man betekent.
26:03
Speaker A
Hij hij balanceerde zojuist nog op het randje van van het leven en van de hel.
26:10
Speaker A
En nu gaan de poorten van de hemel voor hem open.
26:14
Speaker A
Heden zult gij met mij in het paradijs zijn.
26:19
Speaker A
In dat overheerlijke waar de dood niet is.
26:26
Speaker A
Gemeente.
26:27
Speaker A
Jezus beantwoordt niet eens zijn vraag.
26:31
Speaker A
Hij krijgt niet wat hij vraagt.
26:33
Speaker A
Hij hij krijgt meer.
26:35
Speaker A
Hij vraagt of de Here Jezus in het paradijs aan hem denken wil.
26:41
Speaker A
En het antwoord is.
26:44
Speaker A
Ik geef u het eeuwig leven.
26:47
Speaker A
Je moet wel sterven, maar je krijgt het eeuwig leven.
26:51
Speaker A
Gemeente, terwijl het graf nog voor hem sluiten moet.
26:55
Speaker A
Gaat het aan de achterkant al open.
26:59
Speaker A
De achterdeur gaat open.
27:01
Speaker A
Maar de Here zal uitkomst geven.
27:05
Speaker A
God gedenkt aan hem.
27:07
Speaker A
Gemeente, als God aan je gedenkt in genade.
27:10
Speaker A
En aan je doet wat hij welbehaaglijk vindt.
27:13
Speaker A
Ja, dan ben je gered.
27:16
Speaker A
Dan dan ben je dan ben je dan ben je in de genade gered.
27:20
Speaker A
Denk aan mij.
27:23
Speaker A
Dat dat dat gebeurde bij Noach toch ook.
27:26
Speaker A
Hè, Noach zit daar in die ark en en op dat water.
27:30
Speaker A
En dan dan staat er in Genesis 7: En de water hadden de overhand over de aarde.
27:36
Speaker A
150 dagen.
27:39
Speaker A
Maanden, dat is vijf maanden.
27:42
Speaker A
Maar God gedacht aan Noach.
27:45
Speaker A
Heerlijk.
27:46
Speaker A
Gemeente, dan ben je gered.
27:49
Speaker A
En bij Abraham las ik het trouwens ook.
27:51
Speaker A
Als als eh Sodom en en Gomorra vernietigd worden en en Abraham daar natuurlijk ook uiteindelijk kennis van krijgt.
27:58
Speaker A
Toen God de steden van deze vlakte te gronde richtte.
28:03
Speaker A
Staat in Genesis 19.
28:06
Speaker A
Dacht God aan Abraham.
28:09
Speaker A
Geweldig.
28:12
Speaker A
Of Israël in Egypte.
28:13
Speaker A
Ook zoiets.
28:15
Speaker A
Exodus 2.
28:17
Speaker A
Dat dan is dat volk daar en en ze worden natuurlijk als slaven behandeld.
28:22
Speaker A
En ze huilen en kermen.
28:24
Speaker A
En dan staat er: God hoorde hun gekerm en hij dacht aan het verbond met Abraham, Isak en Jacob.
28:31
Speaker A
Gemeente, steeds in de nood en in de uitzichtloosheid.
28:34
Speaker A
God gedacht.
28:37
Speaker A
God gedacht.
28:40
Speaker A
Nee, nee, en en dat liet niet op zich wachten.
28:44
Speaker A
Kijk, dat hebben wij vaak wel, hè?
28:47
Speaker A
Wij zeggen: Ja, ik ik zal aan je denken.
28:50
Speaker A
Of ik herinneren.
28:53
Speaker A
En dan dan komt dat een beetje later vaak.
28:55
Speaker A
Of je ineens denk je er weer aan.
28:58
Speaker A
Dat is bij ons vaak.
29:00
Speaker A
Maar bij God niet.
29:02
Speaker A
Als je aan de Here vraagt: Gedenk aan mij.
29:05
Speaker A
Herinner mij.
29:08
Speaker A
Dan dan is dat bij de Here een direct.
29:11
Speaker A
Vandaag.
29:13
Speaker A
Heden.
29:14
Speaker A
Nu.
29:16
Speaker A
Op op dit geëigende moment: Ik denk aan jou in genade.
29:22
Speaker A
En op datzelfde moment, gemeente.
29:24
Speaker A
Op datzelfde moment hier op dit moment bij het kruis van Golgotha.
29:28
Speaker A
Ging er gejuich op in de hemel.
29:33
Speaker A
Ben ik een beetje aan het begin van de preek, hè?
29:37
Speaker A
Want toen zei ik: Gejuich hoort niet bij de dood.
29:40
Speaker A
Maar nu ging er gejuich op in de hemel.
29:44
Speaker A
Er wordt gejuicht waar je stilte zou verwachten, toch?
29:49
Speaker A
Maar de Here Jezus had gezegd.
29:52
Speaker A
Er is blijdschap voor de engelen van God.
29:55
Speaker A
Over in de hemel over één zondaar die zich bekeert.
30:01
Speaker A
Wonderlijk, hè?
30:03
Speaker A
Gemeente, wonderlijk, dan is er dan is er gejuich op de plek van de dood.
30:08
Speaker A
Dat dat wordt het hier op Golgotha al een beetje paasfeest voor deze moordenaar.
30:13
Speaker A
Kan hij het nu bij wijze van spreken al zingen?
30:17
Speaker A
Nu nu jaagt de dood geen angst meer aan.
30:21
Speaker A
Hoezo niet?
30:22
Speaker A
Alles is voldaan.
30:24
Speaker A
Hij denkt aan mij.
30:28
Speaker A
Gemeente, het is echt mogelijk.
30:31
Speaker A
Het is wel mogelijk dat er dat er gejuicht wordt bij de dood.
30:36
Speaker A
Maar niet op de manier waarop ik vanmorgen de preek begon.
30:41
Speaker A
Maar wel op een hele andere manier.
30:44
Speaker A
Als je sterven moet.
30:48
Speaker A
En je weet dat de Here Jezus Christus degene is.
30:54
Speaker A
Die aan je denkt in zijn koninkrijk.
30:58
Speaker A
Die aan je denkt in zijn genade.
31:02
Speaker A
Weet u.
31:04
Speaker A
Dan mag je geloven dat door zijn sterven.
31:09
Speaker A
De toegang ontsloten is tot de vader.
31:13
Speaker A
Voor mensen zoals deze moordenaar vandaag.
31:17
Speaker A
En voor mensen zoals u en ik.
31:21
Speaker A
Ontsloten is tot het eeuwig leven.
31:25
Speaker A
En juist.
31:27
Speaker A
En juist op het paasfeest dat we over een paar weken vieren.
31:32
Speaker A
Wordt het getuigd, hè?
31:34
Speaker A
Dat het echt mogelijk is en dat de dood is overwonnen.
31:41
Speaker A
En als je dat gelooft.
31:44
Speaker A
Het leven is mij bereid.
31:47
Speaker A
Dan dan kan er gejuicht worden bij het sterven.
31:51
Speaker A
Kopbrugge die die geeft ergens getuigenis.
31:55
Speaker A
Van het sterven van zijn eerste vrouw.
32:00
Speaker A
Zijn eerste vrouw is jong overleden.
32:04
Speaker A
En hij schrijft ergens dit.
32:08
Speaker A
Ik heb samen met haar geworsteld.
32:12
Speaker A
Ik ben met haar in de duisternissen van de schaduw van de dood geweest.
32:18
Speaker A
Ik kon samen met haar juichen.
32:21
Speaker A
En ik ben met haar tot aan de poort van de hemel geweest.
32:25
Speaker A
En toen zij daar binnengegaan was.
32:29
Speaker A
Heb ik de Here geprezen voor zijn erbarmen en zijn trouw.
32:35
Speaker A
Ja, dan juich je en zing je door je tranen heen.
32:41
Speaker A
Het is hier in de Hoekse Waard niet zo de gewoonte.
32:46
Speaker A
Waar ik vandaan kom wel, in Katwijk wordt er altijd op de begraafplaatsen gezongen.
32:50
Speaker A
Altijd.
32:52
Speaker A
Van oud gereformeerd tot Pinkstergemeente.
32:56
Speaker A
Dat is een gewoonte.
32:57
Speaker A
Ik weet niet of dat bij vissersplaatsen hoort.
33:00
Speaker A
Altijd zongen we op het graf en altijd als de kist daalde.
33:04
Speaker A
Eigenlijk best wel mooi.
33:08
Speaker A
En we hebben regelmatig een loflied gezongen.
33:13
Speaker A
Als we een kind van God begroeven.
33:16
Speaker A
Dan ging er ook gejuich op.
33:19
Speaker A
Dan dan zongen we bijvoorbeeld: Geloofd zij God met diep stond zag.
33:23
Speaker A
En jawel, je deed het soms door je tranen heen.
33:27
Speaker A
Maar je zong het toch.
33:29
Speaker A
Want die God, onze God, is een God van heil.
33:35
Speaker A
En hij schenkt uit goedheid zonder peil het eeuwig zalig leven.
33:40
Speaker A
En hij kan.
33:42
Speaker A
En hij hij wil, hij zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood.
33:48
Speaker A
Volkomen uitkomst geven.
33:53
Speaker A
Omdat hij dacht aan zijn genade.
33:58
Speaker A
Gemeente, als u nou sterven moet.
34:00
Speaker A
En dat gaat u op een dag.
34:04
Speaker A
En stel dat we bij u op het graf toch een lied gaan zingen.
34:09
Speaker A
Heb ik aan u een vraag.
34:12
Speaker A
Wat moeten we dan zingen?
34:16
Speaker A
Misschien mooi om straks bij de koffie te bespreken.
34:20
Speaker A
Stel dat we gaan zingen.
34:24
Speaker A
Wat moeten we dan zingen?

Get More with the Söz AI App

Transcribe recordings, audio files, and YouTube videos — with AI summaries, speaker detection, and unlimited transcriptions.

Or transcribe another YouTube video here →